De Lamp
| Trefwoorden | maagd |
|---|---|
| Secondary Keywords | glans handen olie |
| Schrift | 2 Samuel 22:29 Lucas 12:35 Lucas 15:8 Lucas 8:16 Marcus 4:21 Matthew 25:1-13 Matthew 5:15 Proverbs 13:9 Proverbs 20:27 Proverbs 31:18 Proverbs 6:23 Psalms 119:105 Psalms 18:28 2 Samuel 2229 Want U doet mijn lamp schijnen,HEERE ; deHEERE doet mijn duisternis opklaren. Luke 1235 Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. Luke 158 Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? Luke 816 En niemand die een lamp aansteekt, plaatst er een vat overheen of zet hem onder een bed, maar hij zet hem op een standaard, opdat zij die binnenkomen, het licht kunnen zien. Mark 421 Hij zei ook tegen hen: De lamp wordt toch niet binnengebracht om onder de korenmaat of onder het bed gezet te worden? Is het niet om op de standaard gezet te worden? Matthew 251 Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. 3 Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee. 4 De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes. 5 Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap. 6 En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! 7 Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. 8 De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. 9 Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. 10 Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. 11 Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open! 12 Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet. 13 Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal. Matthew 515 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Proverbs 139 Het licht van rechtvaardigen verblijdt, maar de lamp van goddelozen wordt uitgedoofd. Proverbs 2027 De geest van een mens is een lamp van deHEERE , die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt. Proverbs 3118 Zij merkt dat het met haar zaken goed gaat,qac tethqac* haar lamp dooft 's nachts niet. Proverbs 623 Want een gebod is een lamp, en onderricht is een licht, bestraffingen en vermaning zijn de weg van het leven, Psalm 119105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Psalm 1828 Want Ú verlost het ellendige volk, maar de hoogmoedige ogen vernedert U. |








