1 Zo trok Abram weg uit Egypte naar het Zuiderland, hij en zijn vrouw, en alles wat hij had, en Lot met hem.2 En Abram was zeer rijk, aan vee, aan zilver en aan goud.3 En hij reisde van rustplaats tot rustplaats, vanuit het Zuiderland tot aan Bethel, naar de plaats waar zijn tent eerst gestaan had, tussen Bethel en Ai,4 naar de plaats van het altaar dat hij daar vroeger gemaakt had; en Abram riep daar de Naam van deHEERE aan.5 Lot, die met Abram meeging, had ook kleinvee en runderen en tenten.6 En dat land liet het niet toe dat zij bij elkaar woonden, want zij hadden veel bezittingen, zodat zij niet bij elkaar konden wonen.
Genesis 13
4 naar de plaats van het altaar dat hij daar vroeger gemaakt had; en Abram riep daar de Naam van deHEERE aan.
Genesis 8
20 En Noach bouwde een altaar voor deHEERE ; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.
Psalm 145
18 DeHEERE is allen nabij die Hem aanroepen,qac kophqac* allen die Hem in waarheid aanroepen.