18 Now it happened that as he was praying alone, the disciples were with him. And he asked them, “Who do the crowds say that I am?”19 And they answered, “John the Baptist. But others say, Elijah, and others, that one of the prophets of old has risen.”20 Then he said to them, “But who do you say that I am?” And Peter answered, “The Christ of God.”21 And he strictly charged and commanded them to tell this to no one,
Mark 8
27 And Jesus went on with his disciples to the villages of Caesarea Philippi. And on the way he asked his disciples, “Who do people say that I am?”28 And they told him, “John the Baptist; and others say, Elijah; and others, one of the prophets.”29 And he asked them, “But who do you say that I am?” Peter answered him, “You are the Christ.”30 And he strictly charged them to tell no one about him.
Matthew 16
13 Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, vroeg Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?14 Zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen: Jeremia of een van de profeten.15 Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben?16 Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.17 En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.18 En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.19 En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.20 Toen verbood Hij Zijn discipelen dat zij tegen iemand zouden zeggen dat Hij, Jezus, de Christus, was.