Waarschuw de discipels
| Secondary Keywords | discipelen Judas passie verrader |
|---|---|
| Schrift | Johannes 13:21-30 Lucas 22:21-23 Marcus 14:18-21 Matthew 26:21-25 |
John 1321 Toen Jezus deze dingen gezegd had, raakte Zijn geest in beroering, en Hij getuigde en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden.22 De discipelen dan keken elkaar aan, in twijfel over wie Hij dat zei.23 En een van Zijn discipelen, die Jezus liefhad, lag aan in de schoot van Jezus.24 Simon Petrus dan wenkte deze, dat hij vragen zou wie het toch zou kunnen zijn, over wie Hij sprak.25 En deze ging tegen Jezus' borst liggen en zei tegen Hem: Heere, wie is het?26 Jezus antwoordde: Die is het aan wie Ik het stuk brood zal geven, nadat Ik het ingedoopt heb. En toen Hij het stuk brood ingedoopt had, gaf Hij het aan Judas Iskariot, de zoon van Simon.27 En met het nemen van het stuk brood voer de satan in hem. Jezus dan zei tegen hem: Wat u wilt doen, doe het snel.28 En niemand van hen die aanlagen, begreep met welke bedoeling Hij dat tegen hem zei.29 Want sommigen dachten, omdat Judas de beurs beheerde, dat Jezus tegen hem zei: Koop wat wij nodig hebben voor het feest, of dat hij iets aan de armen moest geven.30 Toen hij dan het stuk brood genomen had, ging hij meteen naar buiten. En het was nacht. Luke 2221 Maar zie, de hand van wie Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.22 En de Zoon des mensen gaat wel heen zoals bepaald is, maar wee die mens door wie Hij verraden wordt.23 En zij begonnen zich onder elkaar af te vragen wie van hen het toch zou zijn die dat zou doen. Mark 1418 En toen zij aanlagen en aten, zei Jezus: Voorwaar, Ik zeg u dat een van u, die met Mij eet, Mij verraden zal.19 En zij begonnen bedroefd te worden en de een na de ander tegen Hem te zeggen: Ik ben het toch niet? En weer een ander: Ik ben het toch niet?20 Maar Hij antwoordde hun: Het is een van de twaalf, die met Mij in de schotel indoopt.21 De Zoon des mensen gaat wel heen, zoals over Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou goed voor die mens zijn, als hij niet geboren was. Matthew 2621 En toen zij aten, zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden.22 En zij werden zeer bedroefd en ieder van hen begon tegen Hem te zeggen: Ik ben het toch niet, Heere?23 Hij antwoordde en zei: Wie de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden.24 De Zoon des mensen gaat wel heen zoals over Hem geschreven is, maar wee die mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou goed voor die mens zijn als hij niet geboren was.25 Judas, die Hem verraadde, antwoordde en zei: Ik ben het toch niet, Rabbi? Hij zei tegen hem: U hebt het gezegd. | |








