1 Toen nam Pilatus dan Jezus en geselde Hem.2 En de soldaten vlochten een kroon van dorens en zetten die op Zijn hoofd, en zij deden Hem een purperen bovenkleed om,3 en zeiden: Gegroet, Koning van de Joden! En zij gaven Hem slagen in het gezicht.
Mark 15
15 So Pilate, wishing to satisfy the crowd, released for them Barabbas, and having scourged Jesus, he delivered him to be crucified.16 And the soldiers led him away inside the palace (that is, the governor's headquarters), and they called together the whole battalion.17 And they clothed him in a purple cloak, and twisting together a crown of thorns, they put it on him.18 And they began to salute him, “Hail, King of the Jews!”19 And they were striking his head with a reed and spitting on him and kneeling down in homage to him.20 And when they had mocked him, they stripped him of the purple cloak and put his own clothes on him. And they led him out to crucify him.
Matthew 27
27 Toen namen de soldaten van de stadhouder Jezus met zich mee in het gerechtsgebouw en verzamelden heel de legerafdeling om Hem heen.28 En toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlakenrode mantel om,29 vlochten een kroon van dorens, zetten die op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in Zijn rechterhand. Zij vielen op hun knieën voor Hem neer en bespotten Hem met de woorden: Gegroet, Koning van de Joden!30 Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd.31 En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit, trokken Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.