Jezus veroordeeld
| Secondary Keywords | Gegeseld Jezus misbruikt Ondervraagd Pasen passie Pilatus |
|---|---|
| Schrift | John 1839 Maar u hebt de gewoonte dat ik op het Pascha iemand voor u loslaat. Wilt u dan dat ik de Koning van de Joden voor u loslaat? 40 Zij dan schreeuwden allemaal opnieuw: Niet Deze, maar Barabbas! En Barabbas was een misdadiger. Luke 2313 Nadat Pilatus de overpriesters en de leiders en het volk bijeengeroepen had, zei hij tegen hen: 14 U hebt deze Mens naar mij toe gebracht als Iemand Die het volk afvallig maakt. En zie, ik heb Hem in uw aanwezigheid ondervraagd, maar ik heb in deze Mens niets gevonden dat Hem schuldig maakt aan die dingen waarvan u Hem beschuldigt. 15 Ja, ook Herodes niet, want ik heb u naar hem toe gestuurd en zie, er is door Hem niets gedaan wat de dood verdient. 16 Ik zal Hem dan straffen en loslaten. 17 Hij was immers verplicht op het feest voor hen iemand los te laten. 18 Maar de hele menigte schreeuwde als één man: Weg met Deze, en laat voor ons Barabbas los. 19 Dat was iemand die om een of ander oproer dat in de stad plaatsgevonden had, en om een moord in de gevangenis geworpen was. 20 Pilatus dan sprak hen opnieuw toe, omdat hij Jezus wilde loslaten. 21 Maar zij riepen terug: Kruisig Hem, kruisig Hem. 22 Hij zei echter voor de derde keer tegen hen: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden wat de dood verdient. Ik zal Hem dan straffen en loslaten. Mark 156 Nu liet hij op een feest één gevangene voor hen los, wie zij maar wensten. 7 En er was er een, die Barabbas heette, die gevangenzat met medeoproermakers die in het oproer een moord begaan hadden. 8 En de menigte schreeuwde en begon te eisen dat hij zou doen zoals hij altijd voor hen gedaan had. 9 En Pilatus antwoordde hun: Wilt u dat ik de Koning van de Joden voor u loslaat? 10 Want hij wist dat de overpriesters Hem uit afgunst overgeleverd hadden. 11 Maar de overpriesters hitsten de menigte op, dat hij liever Barabbas voor hen zou loslaten. 12 En Pilatus antwoordde opnieuw en zei tegen hen: Wat wilt u dan dat ik met Hem doen zal Die u de Koning van de Joden noemt? 13 En zij riepen opnieuw: Kruisig Hem! 14 Maar Pilatus zei tegen hen: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? En zij riepen nog harder: Kruisig Hem! Matthew 2715 Nu had de stadhouder de gewoonte, op het feest voor de menigte een gevangene los te laten, wie zij ook maar wilden. 16 Ze hadden toen een beruchte gevangene, die Barabbas heette. 17 Toen zij dan bijeenwaren, zei Pilatus tegen hen: Wie wilt u dat ik voor u zal loslaten, Barabbas of Jezus, Die Christus genoemd wordt? 18 Want hij wist dat zij Hem uit afgunst overgeleverd hadden. 19 Toen hij op de rechterstoel zat, stuurde zijn vrouw hem een boodschap: Laat je toch niet in met deze Rechtvaardige, want ik heb vandaag in een droom veel om Hem geleden. 20 Maar de overpriesters en de oudsten haalden de menigte over dat zij om Barabbas zouden vragen en Jezus zouden ombrengen. 21 De stadhouder antwoordde hun en zei: Wie van deze twee wilt u dat ik voor u zal loslaten? Zij zeiden: Barabbas. 22 Pilatus zei tegen hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die Christus genoemd wordt? Zij zeiden allen tegen hem: Laat Hem gekruisigd worden! 23 Maar de stadhouder zei: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar zij riepen des te meer: Laat Hem gekruisigd worden! |