Jezus werpt de duivel van een jongen
| Secondary Keywords | bezeten Demon duivel Jezus jongen |
|---|---|
| Schrift | Luke 937 Het gebeurde de volgende dag, toen zij van de berg afdaalden, dat een grote menigte Hem tegemoet kwam. 38 En zie, een man uit de menigte riep: Meester, ik bid U, kijk toch naar mijn zoon, want hij is mijn enig kind. 39 En zie, een geest grijpt hem en meteen schreeuwt hij; en hij doet hem zo stuiptrekken dat hij schuim op zijn mond krijgt; hij gaat nauwelijks bij hem vandaan en mishandelt hem. 40 En ik heb Uw discipelen gevraagd hem uit te drijven, maar zij konden het niet. 41 Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier. 42 Terwijl hij naar Hem toe ging, wierp de demon hem tegen de grond en deed hem stuiptrekken. Maar Jezus bestrafte de onreine geest, genas het kind en gaf het aan zijn vader terug. 43 Zij allen stonden versteld van de grootheid van God. Toen zij zich allen verwonderden over alle dingen die Hij deed, zei Jezus tegen Zijn discipelen: Mark 914 And when they came to the disciples, they saw a great crowd around them, and scribes arguing with them. 15 And immediately all the crowd, when they saw him, were greatly amazed and ran up to him and greeted him. 16 And he asked them, “What are you arguing about with them?” 17 And someone from the crowd answered him, “Teacher, I brought my son to you, for he has a spirit that makes him mute. 18 And whenever it seizes him, it throws him down, and he foams and grinds his teeth and becomes rigid. So I asked your disciples to cast it out, and they were not able.” 19 And he answered them, “O faithless generation, how long am I to be with you? How long am I to bear with you? Bring him to me.” 20 And they brought the boy to him. And when the spirit saw him, immediately it convulsed the boy, and he fell on the ground and rolled about, foaming at the mouth. 21 And Jesus asked his father, “How long has this been happening to him?” And he said, “From childhood. 22 And it has often cast him into fire and into water, to destroy him. But if you can do anything, have compassion on us and help us.” 23 And Jesus said to him, “‘If you can’! All things are possible for one who believes.” 24 Immediately the father of the child cried out and said, “I believe; help my unbelief!” 25 And when Jesus saw that a crowd came running together, he rebuked the unclean spirit, saying to it, “You mute and deaf spirit, I command you, come out of him and never enter him again.” 26 And after crying out and convulsing him terribly, it came out, and the boy was like a corpse, so that most of them said, “He is dead.” 27 But Jesus took him by the hand and lifted him up, and he arose. 28 And when he had entered the house, his disciples asked him privately, “Why could we not cast it out?” 29 And he said to them, “This kind cannot be driven out by anything but prayer.” Matthew 1714 En toen zij bij de menigte gekomen waren, kwam er iemand bij Hem, die voor Hem op de knieën viel en zei: 15 Heere, ontferm U over mijn zoon, want hij is maanziek en heeft veel te lijden, want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. 16 En ik heb hem bij Uw discipelen gebracht, maar zij konden hem niet genezen. 17 Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn, hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem hier bij Mij. 18 En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit; en het kind was vanaf dat moment genezen. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven? 20 Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn. 21 Maar dit soort gaat niet uit dan door bidden en vasten. |